Inhoud: |
Links: |
| De groep Vervoer zorgt voor de bemanning van de stations en haltes. Naast een stations- of haltechef werken nog tal van andere personen om de treindienst te begeleiden. In het station en op het emplacement loopt naast de chef de assistent van de stationsdienst, de stationsbeambte, de commies, de telegrafist, de loopjongen, de arbeider, de rangeerder, de ladingmeester etc.. Hoe groter het station hoe meer functies voorhanden zijn.
De functies zijn bij de SS en later de NS sterk geclassificeerd. Op de haltes van de NOLS is een haltechef de baas. Ook op kleinere stations van de NOLS is de officiele functie nog steeds haltechef. Pas bij de iets grotere stations met meer reizigers en grotere emplacementen is de titel stationschef 4e klasse. Dit loopt op tot stationschef 1e klasse B voor station Stadskanaal Hoofdstation. Dit station heeft een stationschef met de hoogste rang van alle NOLS-stations, behalve Zwolle, Almelo, Assen, Zuidbroek en Delfzijl. Station Coevorden blijft steken op een stationschef klasse 2. Uiteraard zijn de salarissen direct gekoppeld aan de functie en klasse. Tot 1939 worden alle reizigers bij het betreden en verlaten van het perron gecontroleerd op het bezit van een kaartje. Zomaar het perron op lopen is er niet bij. Met een speciaal perronkaartje kan je iemand tot aan de trein wegbrengen of ophalen. |
Personeel van de halte Dalerveen voor het haltegebouw. Op de foto staat o.a. dhr. G. Boer
|
| De groep Weg en Werken zorgt voor het onderhoud aan de rails, de wissels en de rest van de infrastructuur. Nagenoeg ieder station en halte heeft een eigen ploeg Weg en Werkers. Iedere groep staat onder leiding van een ploegbaas. Daarnaast is er een voorwerker en 2 of 3 arbeiders. In de zomermaanden wanneer er veel aan het spoor gewerkt wordt, is er versterking van een aantal arbeiders. De ploeg onderhoudt het emplacement plus het spoor in de richtingen van de naburige stations. Halverwege het traject neemt de ploeg van het naast gelegen station of halte de taak over. Bij grotere klussen werken de ploegen samen. Met grote regelmaat wordt het spoor geschouwd. Oneffenheden in het spoor moeten uitgelijnd worden. Het richten en onderstoppen van het spoor gebeurt met handkracht. Versleten spoorstaven worden vervangen door nieuwe exemplaren. In de eerste jaren van de NOLS zijn de rails met spijkers aan de bielsen vastgenageld. Met behulp van een sjabloon wordt de spoorbreedte gecontroleerd. Wanneer de rail ging werken, moet het spoor opnieuw gespijkerd worden.
Een ploeg beschikt op het station over een eigen gebouwtje of keet. In het gebouwtje is een werkbank aanwezig voor het onderhoud aan het gereedschap. Tevens kan het gebouwtje gebruikt worden om te schaften. Is de ploeg langs de lijn bezig dan wordt ter plekke geschaft of wordt onderdak gevonden bij een plaatselijke boer als het weer al te slecht is. De werkplek wordt al lopend langs het spoor met het gereedschap onder de arm bereikt. Later worden ook wel auto's in gezet om materiaal en personeel te vervoeren. Het werk wordt grotendeels overdag uitgevoerd. Om te schouwen moet het goed licht zijn. De werkzaamheden aan het spoor worden tussen de treinen door uitgevoerd. De ploegbaas moet er op toezien dat alles weer klaar is voordat de volgende trein voorbij komt. Dit levert nog wel eens stress op als er iets tegen zit. Maar wat er ook gebeurde het spoor moet berijdbaar zijn voor de trein. De machinist is meestal niet eens op de hoogte waar werkzaamheden worden uitgevoerd. In de jaren 50 van de 20e eeuw hebben de stations Dalfsen, Ommen, Mariënberg, Hardenberg, Gramsbergen, Coevorden, Nieuw-Amsterdam en Emmen nog hun eigen ploeg Weg en Werkers. Ook Schoonebeek heeft een ploeg voor het onderhoud van de olielijn van Nieuw-Amsterdam naar Schoonebeek. |
Ploeg wegwerkers bezig met sneeuwruimen in de buurt van Zuidbarge.
|
| Alle stations zijn inmiddels onbemand. Reizigers moeten hun kaartje uit een automaat halen. Stukgoederenvervoer vindt er niet meer plaats. Seinen, wissels en overwegen worden centraal of automatisch bediend.
Machinisten, conducteurs en rangeerders zijn in dienst van de verschillende exploitatiemaatschappijen zoals NS-Reizigers, Connexxion, Arriva, ACTS etc.. Door de wisselende vraag naar rijdend personeel zijn er uitzendbureaus en detacheringbureaus die zich specialiseren in spoorwegpersoneel. Het onderhoud aan rijdend materiaal wordt uitbesteed aan veelal zelfstandige firma's die hun diensten aanbieden aan de exploitatiemaatschappijen. Het spoor en de omliggende infrastructuur is in beheer bij ProRail. ProRail heeft geen eigen spoorwegpersoneel meer voor onderhoud, maar besteedt dit uit aan gespecialiseerde aannemers. ProRail heeft het landelijk spoorwegnet in secties opgedeeld. Voor iedere sectie wordt door middel van een Europese kwalificatie een zogenaamde Proces Contract Aannemer (PCA) aangesteld. Deze PCA moet al het voorkomende correctieve en preventieve onderhoud van de spoorlijnen in de sectie uitvoeren. ProRail heeft daartoe richtlijnen opgesteld hoe snel een aannemer ter plaatsen moet zijn bij een storing aan het spoor en hoe het onderhoud moet worden uitgevoerd. Voor de spoorlijn Zwolle - Emmen is aannemer Strukton Rail de PCA. Voor Mariënberg - Almelo ligt deze verantwoordelijkheid bij Volker Rail. Voor aansturing van de werkzaamheden beschikt de PCA langs de lijn over gebouwen. Zo heeft Strukton langs de losweg in Coevorden een onderkomen staan. De aannemers beschikken over gespecialiseerd gereedschap. Een groot deel van het groot onderhoud wordt vanuit rijdende voertuigen gedaan. Deze voertuigen richten het spoor en onderstoppen de bielsen in één rijdende beweging. Het onderhoud aan het spoor gebeurt hoofdzakelijk 's nachts. De computergestuurde machines kunnen prima in het donker werken. |
Gebouw van Strukton in Coevorden.
|